Tien nieuwe leden voor de Jonge Akademie

17 november 2010

De Jonge Akademie heeft tien nieuwe leden benoemd. Het zijn jonge onderzoekers in de leeftijd 25 - 45 jaar, die geselecteerd zijn op basis van wetenschappelijke excellentie, interdisciplinaire aanpak en een brede belangstelling voor wetenschapsbeoefening en wetenschapscommunicatie. De officiële installatie van de nieuwe leden vindt plaats op 17 maart 2011 in het Trippenhuis van de KNAW.

De Jonge Akademie is binnen de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen een zelfstandig platform van vijftig jonge topwetenschappers met visie op wetenschap en wetenschapsbeleid. De Jonge Akademie organiseert inspirerende activiteiten voor verschillende doelgroepen op het gebied van interdisciplinariteit, wetenschapsbeleid en wetenschap en maatschappij.

De tien nieuwe leden van De Jonge Akademie:

Dr. ir. Alexander Brinkman (technische natuurwetenschappen, Universiteit Twente)
Alexander Brinkman (1975) is een internationaal gerenommeerd onderzoeker op het gebied van supergeleidende materialen. Zijn wetenschappelijke artikelen op dit vlak horen internationaal tot de meest geciteerde. Hij is daarnaast geïnteresseerd in fundamentele aspecten uit de kwantumfysica zoals teleportatie, een vraagstuk dat in brede kring tot de verbeelding spreekt. Hij won recent de onderwijsprijs voor de beste docent van de Universiteit Twente.

Dr. Gijs van den Brink (maag-darm-leverziekten, Academisch Medisch Centrum, Amsterdam)
Het onderzoek van Gijs van den Brink (1970) speelt zich af op het snijvlak van ontwikkelingsbiologie en geneeskunde. Hij ontwikkelde een eigen onderzoekslijn waarin hij de rol van morfogenen in de vorming van het epitheel van het maag-darmstelsel bestudeert. Zijn onderzoek richt zich op signalen die de balans bewaken tussen stamcellen en gespecialiseerde cellen in het volwassen lichaam. Voor zijn onderzoek ontving hij onder meer een Starting grant van de European Research Council.

Prof. dr. Roberta D´Alessandro (Italiaanse taalkunde, Universiteit Leiden)
Hoogleraar Italiaanse Taal en Cultuur Roberta D´Alessandro (1973) houdt zich zowel bezig met theoretische linguïstiek als met dialectologie. Met een VIDI-subsidie startte ze onlangs een project naar het splitsen en clusteren van grammaticale informatie. Daarnaast zette ze een nieuwe onderzoekslijn op naar de vergelijkende grammatica van zuidelijke Italiaanse dialecten, met name van het Abruzzisch, een dialect waarover nog nauwelijks iets bekend is en talen als het Baskisch, Georgisch en het Hindi.

Dr. Elke Geraerts (psychologie, Erasmus Universiteit Rotterdam)
De werking van het geheugen na traumatische ervaringen zoals kindermisbruik. Op dit terrein heeft Elke Geraerts (1982) in korte tijd een internationale reputatie opgebouwd. Recent startte ze een nieuwe onderzoekslijn, gericht op het ontwikkelen van nieuwe cognitieve therapieën voor depressie en angststoornissen. Hiervoor werkt ze samen met clinici die deze behandelingen in de praktijk brengen. In onderzoek opgedane kennis zet zij verder onder meer in bij workshops voor justitie en advocatuur.

Dr. Beatrice de Graaf (moderne geschiedenis, Universiteit Leiden/Campus Den Haag)
Beatrice de Graaf (1976) is een toonaangevend pionier op het gebied van nationale veiligheid en internationale betrekkingen. Ze werkte mee aan het opzetten van het Centre for Terrorism and Counterterrorism studies aan de Campus Den Haag. Met een VIDI-subsidie doet ze onderzoek naar securitisering in de westerse geschiedenis: hoe komt iets als onderwerp van nationale veiligheid op de politieke agenda? Als NIAS-fellow startte ze tevens een onderzoeksgroep naar de impact van terrorismeprocessen.

Dr. Gert-Jan van der Heiden (filosofie, Radboud Universiteit Nijmegen)
Gert-Jan van der Heiden (1976) promoveerde zowel in de wiskunde als in de filosofie. Een van de centrale vragen in zijn onderzoek is die naar de verhouding tussen taal en waarheid. Daarnaast verbindt hij theoretische en praktische filosofie bij vragen over pluraliteit, een maatschappelijk actuele kwestie. Samen met anderen zet hij momenteel een multidisciplinair onderzoek op naar hedendaagse wijsgerige interpretaties van de brieven van de apostel Paulus.

Dr. Casper Hoogenraad (moleculaire neurobiologie, Erasmus Medisch Centrum, Rotterdam)
Casper Hoogenraad (1973) geldt als een van de grootste talenten in de moleculaire wetenschappen in Nederland. Hij ontdekte verschillende moleculaire processen die de werking van het geheugen kunnen verklaren. Een opvallende doorbraak daarbij is dat nu met behulp van hoge resolutie microscopie de beweging van geheugenmoleculen zichtbaar worden gemaakt in hersencellen. Voor dit onderzoek ontving hij onder meer de prestigieuze European Young Investigators Award.

Dr. ir. David Lentink (experimentele zoölogie, Wageningen Universiteit)
David Lentink (1975) is gefascineerd door vliegen en zwemmen. Hoe doen dieren dat? De combinatie van bèta (biologie, techniek, design) met gammawetenschap (psychologie) maakt zijn onderzoek uniek. Hij ontdekte dat helikopterende esdoornzaden, net als insecten en vleermuizen, extra liftkracht opwekken dankzij een sterke luchtwerveling bovenop de vleugel. Zijn werk haalde de cover van de toonaangevende tijdschriften Science en Nature. Met het project Vliegkunstenaars won Lentink's team de Academische Jaarpijs 2010.

Dr. Iris Sommer (neurowetenschappen, Universiteit Utrecht)
Met behulp van neuro-imaging toonde Iris Sommer (1970) aan dat de taalgebieden van de rechterhersenhelft sterk actief zijn op het moment dat mensen met schizofrenie stemmen horen. Zij vond aanwijzingen dat deze activiteit getriggerd wordt vanuit het geheugen. Op basis van inzichten uit Sommer's onderzoek worden sinds twee jaar vernieuwende behandelingen opgezet voor patiënten die stemmen horen en onvoldoende reageren op antipsychotische medicatie.

Prof. dr. Frank van Tubergen (sociologie, Universiteit Utrecht)
Frank van Tubergen (1976) is een innovatief sociaal wetenschapper, afgestudeerd in zowel de sociologie als filosofie. Hij doet interdisciplinair onderzoek in verschillende Europese landen en de Verenigde Staten naar zeer diverse sociale verschijnselen, zoals sociale ongelijkheid, taalverwerving, gemengde huwelijken, onderwijsloopbanen en sociale netwerken. Hiervoor combineert hij veldonderzoek met laboratoriumexperimenten, populatiestudies en administratieve data.