Van 11.700 individuele vragen naar 248 hoofdvragen

Volgende stap op weg naar de nationale wetenschapsagenda: juryproces afgerond

8 juni 2015

Op 5 juni leverde de KNAW haar juryrapport in bij de stuurgroep die de Nationale Wetenschapsagenda ontwikkelt. Het leeuwendeel van de bijna twaalfduizend vragen is gegroepeerd onder 248 overkoepelende vragen. Deze vragen worden besproken tijdens conferenties op 16, 17 en 18 juni in Den Haag, de volgende stap op weg naar de nationale wetenschapsagenda.

Vragen aan de wetenschap

In de maand april kon iedereen vragen stellen aan ‘de wetenschap’. Die oproep, krachtig ondersteund door de media, bleek niet aan dovemansoren gericht. In totaal werden 11.700 vragen ingediend. Dat stelde de jury’s voor een interessante uitdaging: hoe in een kleine vier weken orde te scheppen in dit enorme aantal vragen, tegelijkertijd recht doend aan de vragenstellers?

Het proces

Gegeven het enorme aantal vragen is besloten niet iedere vraag afzonderlijk te beoordelen op bruikbaarheid voor de nationale wetenschapsagenda, maar in plaats daarvan clusters van vragen samen te stellen en voor elk van die clusters een overkoepelende, leidende vraag te formuleren.  Daarbij zijn drie criteria gehanteerd: de hoofdvragen moesten 1) onderzoekbaar zijn binnen tien jaar, 2) uitdagend en grensverleggend zijn, en 3) passen bij een sterke Nederlandse onderzoeksgroep óf overtuigend aanleiding vormen om zo’n onderzoeksgroep op te bouwen.

KNAW-president José van Dijck, die de supervisie had over het juryproces:'Meer dan zestig wetenschappers hebben hun agenda’s schoongeveegd om zich over de vragen te ontfermen. De meesten van hen deden dat met toenemend plezier. Ik deel hun enthousiasme: het is mooi om te zien hoeveel belangstelling Nederlanders blijken te hebben voor wetenschappelijke vragen.'

De jury's

Vijf jury’s namen elk een breed wetenschapsgebied voor hun rekening, respectievelijk geesteswetenschappen, levenswetenschappen, natuurwetenschappen, sociale wetenschappen en technische wetenschappen. Elke jury werd geleid door twee covoorzitters: een lid van de KNAW en een lid van De Jonge Akademie. De jury’s zijn samengesteld uit vertegenwoordigers van de partijen die samen de ‘kenniscoalitie’ vormen. Deze coalitie, die voor het kabinet de Nationale Wetenschapsagenda opstelt, bestaat uit vertegenwoordigers van universiteiten (VSNU), universitair medische centra (NFU), hogescholen (VH), het bedrijfsleven (VNO-NCW en MKB-Nederland), en wetenschapsorganisaties KNAW, NWO en TNO/TO2. 

Het vervolg

Op 16, 17 en 18 juni vinden in de Fokker Terminal in Den Haag conferenties plaats waar over de vragen wordt gediscussieerd. De resultaten van deze conferenties vormen de basis voor de Nationale Wetenschapsagenda. Voor meer informatie over de conferenties kunt u terecht op de website van de Nationale Wetenschapsagenda.