Wat verdiende Nederland aan slavernij?

1 juli 2013

Precies 150 jaar geleden schafte Nederland de slavernij af, maar nog steeds is er onenigheid over de vraag hoeveel Nederland aan de slavernij heeft verdiend. Het IISG, de VU en de Universiteit Leiden willen hierin duidelijkheid verschaffen. Recentelijk ontvingen ze een NWO-subsidie voor een groot onderzoeksproject naar het economisch belang van Nederland bij de slavernij.

Hoewel er genoeg publieke belangstelling is voor deze kwestie, heeft de wetenschap het op dit punt tot nog toe laten afweten. In de koloniale geschiedenis vervulde Nederlands-Indië lange tijd een veel prominentere rol dan de voormalige West-Indische koloniën. Daarom is er amper onderzoek gedaan naar de economische voordelen van de Nederlandse betrokkenheid bij de Atlantische slavernij. Dat is niet terecht, want recente voorlopige schattingen suggereren dat de baten uit de Atlantische slavernij gerelateerde handel hoger waren dan die van de roemruchte VOC.

Het project met de titel Slaves, commodities and logistics: the direct and indirect, the immediate and long-term economic impact of eighteenth-century Dutch Republic transatlantic slave-based activities onderzoekt het belang van de aan slavernij gerelateerde productie en handel voor de Nederlandse economie in de 18e eeuw. Er wordt gekeken naar de directe baten van de slavenhandel en de opbrengsten van de plantages, maar ook naar de indirecte gevolgen, zoals gunstige werkgelegenheidseffecten op scheepswerven en toeleveringsbedrijven. Tevens wordt er een reconstructie gemaakt van de winsten die behaald werden op de Nederlandse export van door slaven vervaardigde koffie, suiker en tabak. De derde invalshoek betreft het verzekerings- en bankwezen en de maritieme sector, die door de Atlantische handel konden floreren. In dit onderzoek wordt daarom ook de vraag gesteld in hoeverre de ontwikkeling van de Rotterdamse haven is gestimuleerd door haar rol in de achttiende-eeuwse Atlantische economie.

Het project is een initiatief van het Internationaal Instituut voor Sociale geschiedenis. De aanvragers zijn: prof. dr. Marcel van der Linden (IISG), prof. dr. Henk den Heijer (Universiteit Leiden), prof. dr. Karel Davids (VU). Het aangevraagde bedrag is € 740.946. De komende vijf jaar zullen drie onderzoekers in dit project werkzaam zijn.