Academische vrijheid

Begin 2018 publiceerde de KNAW het briefadvies ‘Vrijheid van Wetenschapsbeoefening in Nederland’. Dat heeft bijgedragen aan het verhelderen van een complexe discussie over dit onderwerp. Door de reacties op dat briefadvies en aanhoudende (politieke) aandacht voor het thema academische vrijheid, heeft bestuur de KNAW-commissie Vrijheid van Wetenschapsbeoefening gevraagd een position paper op te stellen.

Doel en effect

Met het position paper wil de Akademie het begrip academische vrijheid nader uitwerken voor de Nederlandse context, om meer structuur en objectieve onderbouwing te geven aan de actuele discussies daarover. Het moet duidelijkheid geven over wat er wel en niet onder academische vrijheid valt en wie welke verplichtingen en verantwoordelijkheden heeft om die vrijheid te waarborgen.

Opdracht

De commissie heeft als taak een position paper op te stellen waarin ze het begrip academische vrijheid toelicht. Daarin komt het volgende aan de orde:

  • verantwoordelijkheden van overheid en academische instellingen om een klimaat te scheppen waarin academische vrijheid tot zijn recht kan komen.
  • de mate waarin de overheid de wetenschap kan en mag sturen.
  • sturing en financiering van onderzoek en de invloed daarvan op de onderwijs en onderzoeksprofielen van wetenschappelijke instellingen.
  • spanningsveld tussen academische vrijheid en de bijdragen die de wetenschap aan de maatschappij kan leveren.
  • de grenzen aan academische vrijheid: moeten we die stellen, en hoe worden die bepaald?

Activiteiten en planning

Beoogde afronding: na de zomer 2020.

Commissie

Het position paper wordt geschreven door de permanente KNAW-commissie voor de Vrijheid van Wetenschapsbeoefening onder voorzitterschap van Paul van der Heijden