De aantrekkelijkheid van Nederland als onderzoeksland

Voor het realiseren van de wetenschappelijke ambities van Nederland zijn zowel jong toptalent als ervaren toponderzoekers onontbeerlijk. Door de internationalisering van de wetenschap wordt ook de werving van onderzoekers een competitie tussen landen. De KNAW heeft een commissie ingesteld om in kaart te brengen hoe aantrekkelijk Nederland is en te adviseren over gewenste acties. 

Het advies gaat zowel in op het aantrekkelijk maken of houden van Nederland voor onderzoekers als op het aantrekken van onderzoekers uit het buitenland. 

Taken

De eerste taak van de commissie is het inventariseren en analyseren van de aantrekkelijkheid van Nederland in vergelijking met een aantal referentielanden. Hierbij komen vragen aan de orde zoals:

  • Heeft de Nederlandse wetenschap moeite met het behouden en aantrekken van wetenschappelijke onderzoekers?
  • Hoe aantrekkelijk is Nederland voor jong toptalent en senior toponderzoekers?
  • Welke landen worden als aantrekkelijker ervaren en waarom? Welke incentives bieden deze landen aan?
  • Is de snelle groei van de internationale wetenschap voor Nederland bij te houden?

Voortbouwend op de bevindingen uit deze eerste fase zal de commissie een advies opstellen over manieren om Nederland (nog) aantrekkelijker te maken voor toptalent en toponderzoekers. Daarbij wordt ingegaan op de volgende vragen:

  • Tot welke acties geven de in de eerste fase geïdentificeerde ontwikkelingen aanleiding en wie zijn daarbij de actienemers?
  • Is er een coördinerende rol gewenst voor bijvoorbeeld een of meer wetenschapsorganisaties?
  • Hoe past een en ander binnen het wetenschapsbeleid zoals verwoord in deWetenschapsvisie 2025, de Nationale Wetenschapsagenda en het topsectorenbeleid?

Deze tweede fase zal resulteren in concrete acties en aanbevelingen.

Looptijd

Het adviesrapport wordt – na review – in de eerste helft van 2017 aangeboden aan het bestuur van de KNAW