Verkenning ‘Taalbeleid in het hoger onderwijs’

De minister van OCW heeft de KNAW gevraagd een verkenning uit te voeren naar taalbeleid in het hoger onderwijs. De centrale vraag: op basis van welke aspecten kan een universiteit of hogeschool voor een bepaalde opleiding een verantwoorde keus maken voor onderwijs in het Nederlands of in het Engels?

De afgelopen jaren is het debat over de voertaal van het hoger onderwijs in Nederland weer opgelaaid. De verkenning zal zorgen voor helderheid in de argumenten die in dit debat een rol spelen. De commissie die deze verkenning uitvoert zal gegevens verzamelen, gesprekken voeren en bijeenkomsten organiseren. Het eindrapport reikt hogeronderwijsinstellingen handvatten aan om weloverwogen keuzes te kunnen maken.

De verkenning zal in elk geval aandacht besteden aan de onderwijskundige belangen van de studenten, aan de beleidsmatige aspecten voor de hogeronderwijsinstellingen en aan de culturele en maatschappelijke belangen die met een zorgvuldig taalbeleid gediend zijn.

De verkenning betreft zowel het wetenschappelijk als het hoger beroepsonderwijs en zowel de bachelor- als de masteropleidingen. Ook zal een vergelijking met enkele andere landen gemaakt worden.

Taken

  • het in kaart brengen van de argumenten die in het debat een rol spelen, van de verschillende belangen, van de risico’s van bepaalde keuzes en van benodigde waarborgen;
  • het op grond van deze bevindingen formuleren van concrete handvatten waarmee hogeronderwijsinstellingen voor de verschillende vakgebieden en opleidingen weloverwogen keuzes kunnen maken.

Hierbij dient de commissie te zorgen voor een brede discussie met het veld, gericht op het creëren van draagvlak.

Looptijd

De minister heeft de KNAW gevraagd in het najaar van 2016 een tussenrapportage op te leveren en in 2017 het eindrapport.