1909 - De Akademie krijgt haar eerste eigen onderzoeksinstituut

Wetenschap is altijd een internationale aangelegenheid geweest, maar aan het begin van de twintigste eeuw was er een hausse aan vaak megalomane internationale samenwerkingsverbanden in de wetenschap, die vervolgens tijdens de Eerste Wereldoorlog weer uit elkaar spatten. Aan beide tegengestelde trends dankt de KNAW haar drie oudste instituten: die voor hersenonderzoek, ontwikkelingsbiologie en onderzoek naar schimmelculturen.

Hersenen, embryo’s, schimmelculturen

In 1903 besloten de wetenschappelijke academies van vrijwel alle Europese landen om een netwerk van 'herseninstituten' op te zetten die hun schaarse onderzoeksmateriaal, namelijk hersenpreparaten, konden uitwisselen. De Akademie vond dat Nederland de boot niet mocht missen, en ze drong bij de regering aan op de oprichting van een Centraal Instituut voor Hersenonderzoek in Amsterdam. Dat werd het eerste instituut van de Akademie.

In 1917 vond de collectie embryo’s van A.A.W. Hubrecht, oprichter van het Institut International d’Embryologie, onderdak bij de Akademie. De Akademie ontfermde zich in 1968 ook over het Centraalbureau voor Schimmelcultures (CBS) dat in 1904 als stichting was opgericht. Alle drie de instituten maken nog steeds deel uit van de KNAW-organisatie. In totaal heeft de KNAW nu vijftien instituten. 

De instituten van de KNAW

De KNAW-instituten verrichten wetenschappelijk onderzoek van hoge kwaliteit. Daarnaast verleent een aantal instituten diensten aan onderzoekers en andere gebruikers. Sommige KNAW-instituten hebben ook een maatschappelijke taak. De instituten zijn gevestigd in diverse plaatsen in Nederland; in totaal werken er ongeveer 1300 mensen.

 

Onderzoeker bij het CBS