Werken voor de wetenschap

Lennart Kester (Hubrecht Instituut)

In de rubriek Werken voor de wetenschap stellen we aan de twee generaties medewerkers van een KNAW-instituut dezelfde vragen. Over hun passie, de KNAW en de taak van de wetenschap. Deze keer spraken we met promovendus Lennart Kester en directeur Alexander van Oudenaarden (lees interview) van het Hubrecht Instituut. Het Hubrecht Instituut doet baanbrekend onderzoek op het gebied van ontwikkelingsbiologie en stamcelonderzoek.

Drs. Lennart Kester

Promovendus. Onderzoekt de competitie tussen verschillende groepen cellen in dikkedarmkanker en hoe die competitie verandert tijdens progressie van goedaardige naar kwaadaardige tumoren. Hij hoopt in maart 2018 te promoveren. 

Wat is er mooi aan het werken bij het Hubrecht Instituut?
‘Dat het hier zo divers is. Hier werken mensen uit heel verschillende wetenschapsterreinen. Dat maakt het mogelijk om interessante samenwerkingen te starten. Ik kijk bijvoorbeeld naar het gedrag van individuele cellen. Dat kunnen we hier heel goed combineren met onderzoek van andere groepen die gespecialiseerd zijn in bepaalde organismen, of vormen van kanker.’

Wanneer werd u gegrepen door de cel(-biologie)?
‘Ik wilde als kind al weten hoe dingen werken. Tijdens mijn studie biomedische wetenschappen ontdekte ik hoe leuk ik wetenschap vind: nadenken over wetenschappelijke vragen en over experimenten om die vragen op te lossen. Bij het Hubrecht Instituut krijg je veel vrijheid in wat je doet. Dat geeft heel veel mogelijkheden, mits je met goede ideeën komt, natuurlijk.’ 

Wat is het grootste misverstand over uw werk?
‘Dat fundamenteel onderzoek minder oplevert dan toegepast onderzoek. Fundamenteel onderzoek is belangrijk om te begrijpen hoe de wereld in elkaar zit. Met die fundamentele kennis als basis kun je weer toegepast onderzoek doen. We moeten als wetenschappers het belang van fundamenteel onderzoek beter uitleggen. Dat we dat nog niet zo goed doen, heeft misschien ook met de Nederlandse houding te maken: te veel bescheidenheid, vooral niet met je kop boven het maaiveld uitsteken.’

Hubrecht, de naamgever van het instituut, werd 135 geleden lid van de KNAW. Waarover zouden de leden van toen zich nu het meest verbazen?
‘De leden van toen zouden zich het meest verbazen over hoeveel meer we nu weten. En over hoeveel mensen er bezig zijn op hoog niveau. Wetenschap was toen voor een kleine elite. Waarschijnlijk was ik 135 jaar geleden niet in de wetenschap terecht gekomen, omdat mijn ouders niet rijk zijn.’

Holland Baroque speelde op 17 mei in uw instituut. Welke muziek inspireert u?
‘Als ik aan het werk ben, luister ik vooral naar elektronische muziek (techno, bijvoorbeeld Moderat of Worakls), ook om de rest van de wereld buiten te sluiten. Ik kan me dan beter concentreren. Maar het gaat te ver om te zeggen dat die muziek me echt inspireert in mijn werk. Dat concert van Holland Baroque was trouwens georganiseerd door de Stichting Vrienden van het Hubrecht Instituut. Zij werven extra fondsen voor ons, ongeveer één miljoen per jaar! Ontzettend belangrijk.’

Bij welk ander KNAW instituut zou u (weer) eens een kijkje willen nemen?
‘Bij het Nederlands Herseninstituut. Op het gebied van het hersenonderzoek is nog zoveel vooruitgang te boeken. Ik denk er wel eens over wat we met onze technieken zouden kunnen doen in hersenen. Maar dan zou ik eigenlijk in het brein van levende mensen willen werken, omdat dat zo anders is dan bijvoorbeeld een muizenbrein. Maar ja, dat kan natuurlijk niet.’

De KNAW is o.a. de stem en het geweten van de wetenschap. Wat is uw hartenkreet en waarom?
‘Dat je altijd moet werken aan iets waar je zelf in gelooft, waar je volledig voor wilt gaan. Ik werk nu zo’n zestig uur per week, dat hou je alleen maar vol als je het leuk vindt. Als ik er geen lol meer in heb, zou ik de wetenschap uit moeten. Dan zou ik wel door willen gaan in de data-analyse, maar liever in de gezondheidszorg dan in de commercie. Het moet wel maatschappelijk belang hebben.’

Lees ook het interview met directeur Alexander van Oudenaarden



Interview: Carel Jansen