Werken voor de wetenschap

Theo Mulder (NIAS-KNAW)

Voor de rubriek Werken voor de wetenschap interviewden we deze keer directeur Theo Mulder en communicatiemedewerker Kahlyia Ronde (lees interview) van het NIAS-KNAW. Het NIAS nodigt elk jaar zo’n vijftig wetenschappers uit om zich voor een aantal maanden volledig te wijden aan wetenschappelijk onderzoek. De focus op onderzoek en de interactie met internationale toponderzoekers leidt tot nieuwe ideeën en kwalitatief hoge output.

Prof. dr. Theo Mulder

Directeur ad interim van NIAS-KNAW. 

Hoe bent u in deze baan terecht gekomen?
‘De afgelopen tien jaar was ik de overkoepelend directeur van alle KNAW-instituten. Na tien jaar eindigt die positie. Het KNAW-bestuur vroeg me de landing van het NIAS in Amsterdam te begeleiden, het instituut te ‘vitaliseren’ en op de toekomst voor te bereiden. Hiervoor zat het NIAS in Wassenaar, dat was een mooie, maar wel geïsoleerde plek. Het heeft lang geduurd voor er zekerheid was over de verhuizing. Dat is lastig voor een organisatie. Iedereen wacht op wat er te gebeuren staat waardoor het moeilijk is om enthousiasme op te brengen voor zaken die je nog niet kunt uitvoeren. Nu kunnen we de mogelijkheden van Amsterdam gaan ontdekken en benutten. Het NIAS moet zich tot op zekere hoogte in een nieuwe omgeving heruitvinden.’

Wat is er mooi aan het werken bij NIAS-KNAW?
‘Dat de methode van het NIAS werkt. Mensen uit verschillende disciplines, die elkaar nooit zouden ontmoeten, gaan interacteren en elkaar inspireren. Hun onderzoek krijgt nieuwe invalshoeken. Hun boek of ander werk gaat er anders uitzien. Dat proces is veel sterker dan ik mij had voorgesteld en daarmee ook veel mooier.’ 

Welke recente ontdekking vindt u belangrijk?
‘Ik wil het heel dicht bij huis houden. Wat mij heeft verrast, je zou het best een 'ontdekking' kunnen noemen, is hoe zo’n eiland van ongedwongen denken kan leiden tot creativiteit en innovatie. De kern van een Institute for Advanced Study is dat je een plek biedt waar alleen de wetenschap centraal staat. Bijna altijd lees je in de motivaties van mensen die naar NIAS willen komen: “Ik heb veel ideeën, maar zit gevangen in onderwijs en management. Geef me tijd om te denken!”

Wat is het grootste misverstand over uw werk?
‘Dat het ongestoord, in vrijheid op hoog niveau werken een vorm van luxe is en dat je niets hebt aan mensen die bijvoorbeeld geschoold zijn in de klassieke filosofie. Het is een kortzichtige gedachte dat je wetenschap en toepassingen top-down kunt afdwingen. Om de vragen van vandaag op te lossen, gebruik je de wetenschap van gisteren. Dus moet je als wetenschapper vooral nadenken over de vragen van de toekomst en niet alleen over die van nu.’ 

Waar zou de KNAW nu eens echt (meer) mee aan de slag moeten?
‘De verdediging van het fundamentele en vrije onderzoek. Dat moet de KNAW blijven benadrukken, uiteraard zonder te vergeten dat wetenschap ook een maatschappelijke rol heeft. Het 'nuttigheids-denken' wat betreft wetenschap is op lange termijn schadelijk. Je weet vaak pas veel later wat je aan een ontdekking hebt. Het (ik neem aan 'geromantiseerde') verhaal gaat dat er een minister bij Faraday kwam die vroeg: “Wat hebben we aan die elektriciteit die u heeft uitgevonden?” Faraday zou geantwoord hebben: “Ik heb geen flauw idee, maar wellicht kunt u er in de toekomst belasting op heffen.” Vele voorbeelden geven aan dat er decennia kunnen verlopen tussen ontdekking en toepassing.’ 

De KNAW is o.a. de stem en het geweten van de wetenschap. Wat is uw hartenkreet en waarom?
‘Zonder wetenschap is maatschappelijke vooruitgang en een sterke economische basis niet mogelijk! In de afgelopen tweehonderd jaar is de kwaliteit van leven enorm vooruitgegaan. Dat is in belangrijke mate te danken aan technologische en wetenschappelijke vooruitgang. Wetenschap heeft -met al zijn negatieve zijeffecten- toch een maatschappij gecreëerd die beduidend prettiger is dan die van tweehonderd jaar geleden. Het is goed om dat te beseffen en ook dat hiervoor investeringen nodig zijn.’ 

Zie ook: webpagina van Theo Mulder

Lees ook het interview met communicatiemedewerker Kahliya Ronde



Interview: Carel Jansen