Werken voor de wetenschap

Pieter Roelfsema (Nederlands Herseninstituut)

In de rubriek Werken voor de wetenschap stellen we aan de twee generaties medewerkers van een KNAW-instituut dezelfde vragen. Over hun passie, de KNAW en de taak van de wetenschap. Dit keer in Werken voor de wetenschap Pieter Roelfsema en Emilie van der Sande van het Nederlands Herseninstituut-KNAW. Pieter is er directeur en Emilie promovenda (lees interview). Aan beiden stellen we dezelfde vragen. 

Het Herseninstituut onderzoekt hoe de hersenen cognitieve functies – zoals bewustzijn, waarneming, beweging, leren en sociale interacties – mogelijk maken. Ook wordt onderzocht hoe deze functies verstoord raken bij hersenziekten. 

Pieter Roelfsema

Directeur Nederlands Herseninstituut-KNAW
Geboren in 1965 in Groningen

Wat is er mooi aan het werken bij het Nederlands Herseninstituut?
‘Het is een superleuk instituut. En hersenen zijn heel aansprekend. Wie wil niet weten hoe onze hersenen werken? Het is mijn hobby om daarover na te denken en het is natuurlijk fantastisch als je van je hobby je werk kunt maken.’

Wat hebben we aan het onderzoek van het Herseninstituut in het dagelijks leven?
‘Hersenziektes zijn een van de grootste uitdagingen voor onze verouderende samenleving. Ze veroorzaken veel leed en ze kosten de maatschappij nu al twintig miljard per jaar. Wij kijken hoe gezonde hersenen werken, want je moet weten hoe iets normaal werkt om het te kunnen repareren als het stuk is. Zelf werk ik aan een camera die we aansluiten op de hersenschors. De hoop is om daarmee blinden op termijn weer een rudimentaire vorm van zien terug te geven.’

Welk wetenschappelijk onderzoek spreekt u aan?
‘Wat ik geweldig vind is optogenetica. Daarmee kun je met behulp van licht hersencellen aan- of uitzetten. Dat doe je door een gen in de cel te brengen dat reageert op licht en dan de functie van de cel blokkeert of juist stimuleert. Het werkt op celniveau en is dus veel nauwkeuriger dan elektrische hersenstimulatie. Iets anders dat me enorm aanspreekt is de mogelijkheid om in de hersens van verlamde mensen ‘uit te lezen’ wat ze willen bewegen. En zo een robotarm aan te sturen. Dat is een geweldige stap voorwaarts voor de autonomie van die mensen.’

Een onderdeel van het Herseninstituut is het Slaaplab. Waar ligt u wakker van?
‘Ik lig niet zo vaak wakker. Maar als er iets is waar ik me soms zorgen over maak, is het hoe de politiek omgaat met de wetenschap. Zo ben ik heel benieuwd of het extra miljard, waar de Kenniscoalitie rond de Nationale Wetenschapsagenda vorig jaar voor pleitte, er met nu ook echt komt (We spreken Pieter kort voor de plannen van het nieuwe kabinet bekend worden. CJ.). Als dat geld er niet komt hebben we met z’n allen reden om wakker te liggen. Mensen realiseren zich vaak niet hoe belangrijk wetenschap is voor de maatschappij.’

Welke wetenschapper mag van u op een voetstuk?
‘Wolfram Schultz. Hij ontdekte zo’n twintig jaar geleden cellen in ons brein die bijhouden of je meer of minder beloning krijgt dan je had verwacht. Die cellen maken veel dopamine (een stof waar je je blij van voelt) als de beloning je verwachtingen overtreft. Dat principe is heel belangrijk voor ons  leren. Want door die dopamine-ervaring streven we ernaar een volgende keer weer zo’n beloning te krijgen. En doen we dus extra ons best.’

Bij welk ander KNAW-instituut zou u (weer) eens een kijkje willen nemen?
‘Ik zou bij het NIOO en het Hubrecht willen kijken. Niet alleen omdat ze – net als wij – met de levenswetenschappen bezig zijn, maar vooral omdat ze in zulke mooie nieuwe gebouwen zitten. Wij zijn in overleg met het bureau KNAW heel voorzichtig aan het nadenken over nieuwe huisvesting, en dan is het interessant om te zien wat in de gebouwen van onze collega’s wél en wat niet goed werkt.’

Lees ook het interview met promovenda Emilie van der Sande.

Interviews: Carel Jansen