Werken voor de wetenschap

Emilie van der Sande (Nederlands Herseninstituut)

In de rubriek Werken voor de wetenschapstellen we aan de twee generaties medewerkers van een KNAW-instituut dezelfde vragen. Over hun passie, de KNAW en de taak van de wetenschap. Dit keer in Werken voor de wetenschap Pieter Roelfsema en Emilie van der Sande van het Nederlands Herseninstituut-KNAW. Pieter is er directeur (lees interview) en Emilie promovenda. Aan beiden stellen we dezelfde vragen. 

Het Herseninstituut onderzoekt hoe de hersenen cognitieve functies – zoals bewustzijn, waarneming, beweging, leren en sociale interacties – mogelijk maken. Ook wordt onderzocht hoe deze functies verstoord raken bij hersenziekten. 

Emilie van der Sande

Promovenda bij het Nederlands Herseninstituut-KNAW. Emilie doet onderzoek naar genen en omgevingsfactoren bij myopie (bijziendheid).
Geboren in 1992 in Tilburg

Wat is er mooi aan het werken bij het Nederlands Herseninstituut?
‘Dat er veel intelligente en ambitieuze onderzoekers onder één dak zitten die allemaal bezig zijn met het vergaren van kennis over de hersenen. Het enthousiasme en de interesse van andere collega’s hier inspireren mij. En er is veel hoogwaardige onderzoeksapparatuur onder handbereik. Ons gebouw verdient misschien geen schoonheidsprijs, maar het is hier wel gezellig en we hebben een fijne kantine.’

Wat hebben we aan het onderzoek van het Herseninstituut in het dagelijks leven?
‘Natuurlijk doen we hier veel fundamenteel onderzoek, waarvan je vaak niet direct kunt zeggen wat de maatschappij daaraan heeft. Maar dat onderzoek voedt ook ons toegepaste onderzoek naar allerlei neurologische en psychische aandoeningen. We krijgen hier ook patiënten op bezoek, die als proefpersoon meedoen aan onderzoeksprojecten. Het werkt stimulerend om te zien voor wie je het doet.’

Welk wetenschappelijk onderzoek spreekt u aan?
‘Binnen ons instituut vind ik het onderzoek van Joost Verhaagen fascinerend. Samen met zijn collega’s heeft hij aangetoond dat het eiwit RGMa – dat een rol speelt in de vorming van zenuwvezels en verbindingen tussen cellen – betrokken zou kunnen zijn bij de ziekte van Parkinson. Vervolgonderzoek moet nu uitwijzen of het neutraliseren van dit eiwit Parkinson zou kunnen remmen of zelfs genezen.’

Een onderdeel van het Herseninstituut is het Slaaplab. Waar ligt u wakker van?
‘Ik ben een goede slaper, dus ik hoef niet naar het Slaaplab. Maar binnen mijn promotieonderzoek naar bijziendheid ben ik wel geïnteresseerd in ons dag-nacht-ritme. Dat wordt in de war gebracht door kunstlicht, van lantarenpalen, mobiele telefoons, computerschermen enzovoort. Er zijn aanwijzingen dat de groei van het oog daardoor verstoord wordt waardoor bijziendheid kan ontstaan. Je oog voldoende rust (=donker) gunnen lijkt te helpen om bijziendheid te voorkomen.’

Welke wetenschapper mag van u op een voetstuk?
‘Mogen het er drie zijn? Dan kies ik voor de winnaars van de Nobelprijs voor de geneeskunde 2017: Jeffrey Hall, Michael Rosbash en Michael Young. Zij ontdekten bouwstenen van het mechanisme waarmee planten en dieren hun dag-nacht-ritme bewaken. De biologische klok speelt in alle onderdelen van onze gezondheid een grote rol. Terecht dat zij de Nobelprijs kregen.’

Bij welk ander KNAW-instituut zou u (weer) eens een kijkje willen nemen?
‘Ik zou wel eens rond willen lopen bij het Hubrecht Instituut voor ontwikkelings- en stamcelbiologie. Daar kijken welke technieken zij gebruiken die nuttig zouden kunnen zijn voor mijn onderzoek. De KNAW-meeloopdagen zijn dit jaar een beetje aan me voorbijgegaan, maar als die weer georganiseerd worden zou ik me zeker voor het Hubrecht Instituut opgeven.’

Lees ook het interview met directeur Pieter Roelfsema.

Interviews: Carel Jansen