Interviews

Toekenningen KNAW Ter Meulen beurs 2019 uitgelicht

Martine Aardoom, Fieke Hoff en Niki Rensen gaan het komende jaar met een KNAW Ter Meulen beurs naar het buitenland voor een wetenschappelijk onderzoeksproject. Met wat voor onderzoek houden zij zich bezig en hoe zal de Ter Meulen beurs hen hierbij helpen?

Martine Aardoom

Martine Aardoom (30) is arts-onderzoeker Kindergeneeskunde aan Erasmus-MC Sophia kinderziekenhuis. Ze doet onderzoek naar IBD bij kinderen.

‘In de afgelopen jaren heb ik als promotieonderzoek een Europese studie opgezet waarin kinderen met Inflammatory Bowel Disease (IBD), een chronische ontstekingsziekte aan de darm, worden gevolgd. Het onderzoek richt zich op jonge patiënten onder de achttien jaar die de ziekte van Crohn of colitis ulcerosa hebben. Beide ziekten kunnen zich op veel verschillende manieren presenteren. Ook het beloop van de ziekte is voor zowel de ziekte van Crohn als colitis ulcerosa niet goed te voorspellen. Sommige kinderen reageren goed op een eerste behandeling en hebben hierna jarenlang geen klachten, anderen ontwikkelen complicaties, zoals bijvoorbeeld abcessen bij de ziekte van Crohn, of moeten een operatie ondergaan. Waarom die verschillen in presentatie en ziektebeloop bestaan, weten we nog niet. Het is mogelijk dat ook omgevingsfactoren hier een rol in spelen. Op de lange termijn willen we kunnen voorspellen welke kinderen een risico lopen op een ernstig beloop van de ziekte zodat we hier de behandeling al in een vroeg stadium op kunnen aanpassen en patiëntgerichter kunnen behandelen.

Ik ben erg blij dat ik dankzij de Ter Meulen Beurs een paar maanden naar het kinderziekenhuis SickKids in Toronto kan gaan. Ik zal daar de data van de Europese en Canadese patiënten vergelijken. In Canada bestaat namelijk al een vergelijkbaar patiëntencohort. De groep patiënten die we in Europa onderzoeken bestaat tot nu toe uit 370 kinderen. In Canada worden al 1500 kinderen met IBD gevolgd. Door de Canadese onderzoeksgegevens toe te voegen, vergroten we de onderzoeksgroep en kunnen we onderzoeken of de ziekte zich bij patiënten in Canada anders presenteert en of patiënten anders reageren op een behandeling dan in Europa. In Europa zijn we nu drie jaar bezig met het onderzoek. Om het aantal kinderen in de studie te verhogen en te zien welke complicaties er kunnen optreden bij IBD zijn we van plan de studie nog vele jaren voort te zetten.’

Fieke Hoff

Fieke Hoff (26) is semi-arts Hemato-Oncologie in het Prinses Maxima Centrum in Utrecht en arts-onderzoeker aan de faculteit Medische Wetenschappen in het UMC Groningen. Ze doet onderzoek naar acute myeloïde leukemie (AML) bij kinderen. 

‘AML is een relatief zeldzame ziekte bij kinderen en heeft nog steeds een erg slechte prognose. Het doel van mijn onderzoek is om subgroepen te identificeren binnen de kinder-AML op basis van terugkerende eiwitexpressiepatronen in de leukemiecel. Deze subgroepen kunnen vervolgens bijdragen aan het proces van risicoclassificatie, dat wil zeggen dat je op basis van kenmerken van de leukemie en van de patiënt een inschatting kan maken van de prognose. Leukemie met een slechte prognose wordt enigszins anders behandeld dan leukemie met een goede prognose. De subgroepen helpen ook bij het selecteren van gerichtere en geïndividualiseerde behandelingen. Uiteindelijk hoop je hiermee te voorspellen hoe je de individuele patiënt het beste kunt behandelen. Met de Ter Meulen Beurs kan ik in maart 2020 naar University of Texas MD Anderson Cancer Center in Houston. Daar ben ik erg blij mee. Dit ziekenhuis is een de beste ziekenhuizen in de wereld voor de behandeling en het onderzoek naar AML. Daarna hoop ik het onderzoek natuurlijk ook voort te zetten in het UMC Groningen.’

Niki Rensen

Niki Rensen (25) arts-onderzoeker Kinderoncologie aan het Prinses Máxima Centrum voor kinderoncologie/Amsterdam UMC (locatie VUmc) onderzoekt de kwaliteit van leven, slaap(problemen) en het stressniveau van ouders van kinderen me kanker. Ze gaat volgend jaar op dit onderwerp promoveren.

‘Voor en tijdens mijn promotietraject ben ik betrokken geweest bij twee studies naar ouders van kinderen met leukemie en ouders van kinderen met verschillende vormen van kanker. In de laatste groep rapporteerde 37 procent van de ouders slaapproblemen. Dat is ruim twee keer zo veel als in de rest van de bevolking. De cijfers in de andere groep ouders lijken ongeveer vergelijkbaar te zijn.

De aanleiding voor de onderzoeken was dat we de kwaliteit van leven van kinderen wilden verbeteren tijdens en na de behandeling. Hun kwaliteit van leven hangt nauw samen met die van hun ouders. Als ouders beter slapen en minder stress ervaren, hebben hun kinderen daar baat bij. Onderzoek naar slaapproblemen van deze ouders was eerder nog nauwelijks gedaan.

Met de Ter Meulen Beurs ga ik in Australië onderzoek doen naar ouders die een kind hebben verloren aan kanker. Een dergelijk groep ouders zat niet in een van onze Nederlandse studies. In het Kids Cancer Centre van het Sydney Children’s Hospital in Australië zijn gegevens verzameld over slaapproblemen en de kwaliteit van leven van 120 ouders van overleden kinderen, gemiddeld vijf jaar na het overlijden van hun kind. Daar ga ik mee aan de slag. Ouders die een kind verliezen krijgen in het Kids Cancer Centre standaard nazorg vanuit het ziekenhuis. Zo kunnen zij blijvend een beroep doen op een hereavement  counselor. Structurele nazorg voor ouders van overleden kinderen bestaat nog niet in het Prinses Máxima Centrum. Er wordt wel altijd een nagesprek met de ouders gehouden en er vinden elke paar maanden herdenkingsbijeenkomsten plaats, maar verder is er in principe geen opvang meer. Hopelijk kunnen we op dit gebied nog leren van het Kids Cancer Centre.

Het Australische ziekenhuis doet ook onderzoek naar interventies om de kwaliteit van leven van ouders van survivors te verbeteren. Daar is slaap nog geen onderdeel van, wie weet kunnen we dat toevoegen. De resultaten kunnen zeer waardevol zijn voor ons eigen onderzoek en de zorg.’