Toekenningen

KNAW Fonds Staatsman Thorbecke 2018

Het KNAW Fonds Staatsman Thorbecke stelt vijf gevestigde wetenschappers in staat om een postdoc aan te stellen voor een onderzoeksproject dat raakt aan het gedachtegoed van de voormalige staatsman.

De vijf onderzoekers die een KNAW-beurs uit het Fonds Staatsman Thorbecke hebben toegekend gekregen zijn:

Over het hedendaags burgerschap. De herijking van een Thorbeckiaans concept

Een onderzoeksteam onder leiding van Remieg Aerts, hoogleraar Nederlandse geschiedenis, zal een studie uitvoeren naar de relatie tussen 'burgers' en hun overheid in de 21e eeuw. Waar zijn burgers eigenlijk nog burger van? In de huidige ontwikkeling van de democratie en de natiestaat is 'staatsburgerschap', zoals dat door Thorbecke in 1844 is gedefinieerd, moeilijk te bepalen en ook wezenlijk van karakter veranderd doordat burgers na 1945 vooral zijn gaan denken als consumenten. In deze studie wordt onderzocht wat sindsdien de ontwikkeling is geweest in het concept van het burgerschap, met Thorbecke’s analyse als vertrekpunt. Zoals hij zelf door historische analyse tot begrip van het toenmalige staatsburgerschap kwam, ligt de focus in dit onderzoeksproject ook op het opnieuw doordenken en evalueren van de ontwikkeling op lange termijn.

De wetenschappelijke beoefening van het Nederlandse staatsrecht in de 19e en 20e eeuw 

Een onderzoeksteam onder leiding van Corjo Jansen, hoogleraar rechtsgeschiedenis en burgerlijk recht, zal analyseren hoe constitutionalisten in de afgelopen twee eeuwen tot hun onderzoeksresultaten kwamen. De bestudering van het (positieve) nationale staatsrecht stond aan het einde van de 18e eeuw nog in de kinderschoenen. Voor die tijd zagen machthebbers aandacht voor dit rechtsgebied als een bedreiging van de geheime middelen van een vorst om macht te verkrijgen, te behouden en te vergroten. Thorbecke breekt definitief met die periode als hij in 1836 begint met colleges over de historische uitleg van de Grondwet.
De tegenwoordig algemeen gedeelde opvatting is dat de juridische discipline zich kenmerkt door veelsoortige methoden. Deze studie zal laten zien dat in de periode van 1780 - 1990 nooit sprake is geweest van één methode van rechtswetenschappelijk onderzoek en dat juristen zich in de wijze waarop zij onderzoek doen, lieten inspireren door buitenlandse juristen en door andere disciplines.

Passief burgerschap? Civil society en politieke onthouding in Nederland, 1780-1860

Wim van Meurs, hoogleraar Europese politieke geschiedenis, zal samen met enkele (internationale) collega’s onderzoeken welke invloed lokale genootschappen hadden op de politieke cultuur in Nederland in de periode 1780-1860. Om deze vraag te kunnen beantwoorden, wordt de politieke rol van het genootschapsleven in de steden Dordrecht, Breda en Zutphen geanalyseerd. Enerzijds wordt gekeken naar de ontwikkeling van de rol gedurende de periode 1780-1860 en anderzijds naar de verschillen in ontwikkeling in de drie steden op bepaalde momenten. Als middelgrote steden representeren zij - beter dan vaker onderzochte grote steden als Amsterdam en Den Haag – de gewoontes van een groot deel van de Nederlandse bevolking, maar tegelijk ook diversiteit in omvang, cultureel-geografische ligging, sociaal-economische stratificatie en religieuze samenstelling. De onderzoekers toetsen of het in internationaal perspectief rijke maatschappelijk middenveld in Nederland na 1800 politieke activiteit juist ontmoedigde. Zij geven hiermee gehoor aan de hedendaagse zorgen over politieke onthouding, nemen stelling in het wetenschappelijke debat over de invloed van civil society op democratisering en formuleren een nieuwe kijk op de moderne Nederlandse geschiedenis.