Toekenningen

KNAW Fonds Staatsman Thorbecke 2019

Het Programma Fonds Staatsman Thorbecke is door de KNAW ingesteld om onderzoeksprojecten te realiseren die passen binnen de doelstelling van het Fonds Staatsman Thorbecke: onderzoek op het gebied van vakgebieden waarop J.R. Thorbecke zich als politicus en geleerde heeft onderscheiden.

De vijf onderzoekers die in 2019 een toekenning uit het Programma Fonds Staatsman Thorbecke hebben gekregen zijn:

Politieke partijen tussen vrijheid en gebondenheid

Een onderzoeksteam onder leiding van Ben Vermeulen, hoogleraar onderwijsrecht Radboud Universiteit, zal een studie uitvoeren naar de juridische status van politieke partijen in het huidige constitutionele bestel. Binnen ons rechtsstatelijke kader worden partijen als reguliere privaatrechtelijke maatschappelijke verbanden (verenigingen) beschouwd. Hun juridische status is dus niet gethematiseerd. Leden van de Tweede Kamer behoren ook direct verkozen te worden en ongebonden te zijn. Het huidige politieke landschap is echter radicaal anders. Politieke partijen spelen een onmiskenbare rol. Ze hebben grote invloed op staatskundige wilsvorming en zijn cruciaal in de bemiddeling tussen samenleving en staat. Er is dus sprake van een discrepantie tussen de juridische en politieke realiteit van politieke partijen. In dit onderzoek dient de juridische conceptualisering van politieke partijen als uitgangspunt en centrale inzet.

De redelijkheid omstreden: Debatregels en de toegang tot de democratie, 1870-1940

Een onderzoeksteam onder leiding van Henk te Velde, hoogleraar vaderlandse geschiedenis Universiteit Leiden, zal een studie uitvoeren naar procedurele redelijkheid en de representatieve democratie. De redelijke uitwisseling van argumenten in het parlement lijkt tegenwoordig op gespannen voet te staan met de toegankelijkheid van democratische besluitvorming. Debatprocedures worden door het volk vaak bezien als elitair en ondemocratisch. Dit roept vragen op over de werking en legitimiteit van de representatieve democratie. Deze spanning tussen procedurele redelijkheid en toegankelijkheid gaat zelfs terug naar de beginperiode van de moderne democratie. De parlementaire debatregels kwamen in 1870 in Nederland en de rest van Europa onder druk te staan. Wat was het nut van redelijk debatteren en beslissen als een groot deel van de bevolking uitgesloten bleef? In hun project bestuderen Te Velde en zijn team hoe politici en burgers tussen 1870 en 1940 de spanning tussen redelijkheid en toegankelijkheid van politieke debatten in én buiten het parlement in Nederland, Duitsland en Groot-Brittannië trachtten op te lossen.

Wat zou Thorbecke van de Omgevingswet hebben gevonden?

Een onderzoeksteam onder leiding van Marleen van Rijswick, hoogleraar Europees en nationaal waterrecht Universiteit Utrecht, bestudeert de vernieuwde verhoudingen tussen staatsmachten met inwerkingtreding van de Omgevingswet. Sinds de herziening van de grondwet in 1848 wordt de Nederlandse constitutie bepaald door de scheiding der staatsmachten. Door de komst van de Omgevingswet worden de verhoudingen tussen de drie staatsmachten aanzienlijk gewijzigd. Deze veranderingen zullen ingrijpende gevolgen hebben voor de manier waarop de staatsmachten een gezonde en veilige fysieke leefomgeving creëren. Het is om die reden onmiskenbaar dat de komst van de Omgevingswet zowel staatsrechtelijke als planologische consequenties heeft. Het onderzoek zal zich dan ook concentreren op de invloed van de Omgevingswet op de horizontale verhoudingen tussen de drie staatsmachten vanuit een planologisch en staatsrechtelijk perspectief.