Toekenningen

KNAW Fonds Staatsman Thorbecke 2021

Het Programma Fonds Staatsman Thorbecke is door de KNAW ingesteld om onderzoeksprojecten te realiseren die passen binnen de doelstelling van het Fonds Staatsman Thorbecke: onderzoek op het gebied van vakgebieden waarop J.R. Thorbecke zich als politicus en geleerde heeft onderscheiden.

De vijf onderzoekers die in 2021 een toekenning uit het Programma Fonds Staatsman Thorbecke hebben gekregen zijn:

Van staatsrechtsbeoefening naar constitutionele wetenschap

Publieke macht wordt tegenwoordig niet alleen door de staat uitgeoefend, maar steeds vaker ook door internationale en supranationale actoren zoals de Europese Unie (EU) en private actoren zoals BigTech. Deze ontstatelijking maakt dat het constitutionele recht, vanouds opgevat als staatsrecht, fundamentele veranderingen ondergaat, maar voor de gangbare Nederlandse staatsrechtsbeoefening blijven deze veranderingen grotendeels onzichtbaar. Om de studie van het constitutionele recht opnieuw in verbinding te brengen met de constitutionele werkelijkheid, dient de staatsrechtbeoefening daarom te worden getransformeerd tot constitutionele wetenschap. Dit onderzoeksproject, dat wordt uitgevoerd onder leiding van Monica Claes, hoogleraar Europees en vergelijkend constitutioneel recht aan de Universiteit Maastricht, doet daar een voorzet voor en past deze nieuwe benadering toe door de implicaties van ontstatelijking voor het Nederlandse constitutionele recht te onderzoeken.

Het huis van Thorbecke in de koloniën

Tegenwoordig beschouwen we het als vanzelfsprekend dat er in het verleden verschil was tussen de rechten en plichten van Nederlandse burgers en die van koloniale onderdanen. Bij de grondwetsherziening van 1848 beoogde Thorbecke echter een uniform burgerschapsmodel. De uiteindelijke grondwet liet desalniettemin ruimte voor verschillen tussen de praktische invulling van burgerschap in Nederland en koloniaal burgerschap in de Aziatische en Caribische contexten. Karwan Fatah-Black, universitair docent aan de Universiteit Leiden, zal met zijn team een studie uitvoeren naar de oorsprong van de koloniale burgerschapsvormen, hoe deze werden bepaald en wat daarvan de postkoloniale gevolgen zijn.

Ruimte voor protest? Botsingen tussen democratie en openbare orde in Nederland, 1919 tot nu

Dit project, onder leiding van Wim van Meurs, hoogleraar politieke geschiedenis aan de Radboud Universiteit onderzoekt op decentraal niveau hoe democratie en openbare orde botsten in praktijken van en discussies over protest sinds 1919. Wat leert deze botsing ons over de ruimte voor protest in Nederland in de 20e eeuw, over de veranderingen die daarin zijn opgetreden, en de vormen en opties die zijn uitgesloten of toegenomen? Dit project toetst daarbij de hypothese dat de belangenafweging tussen democratie en openbare orde niet primair en zeker niet alleen wordt bepaald door formele juridische kaders, maar door politiek-historische factoren. Het centrale doel van het project is om, met behulp van deze factoren, de patronen te verklaren die zich voordoen in de onderlinge interactie tussen protesterende burgers en overheid.