Vaccineren of niet: wat zegt de wetenschap?

Binnenkort staan we allemaal voor dezelfde belangrijke vraag. Laten we ons wel of niet vaccineren tegen corona? In de kranten, op radio en televisie en op de sociale media horen we daarover verschillende geluiden. Maar wat zegt de wetenschap? In deze brochure leggen wij als medische wetenschappers van de KNAW uit waarom we ons laten vaccineren. 

Dat is informatie die u mee kunt laten wegen bij uw eigen besluit. Een goed idee is ook om het erover te hebben met andere mensen in uw omgeving. Die vragen zich misschien ook af of ze zich wel of niet moeten laten vaccineren.

Hoe werkt vaccineren? 

Als we een infectie krijgen door een bacterie of virus, duurt het een tijdje voordat ons afweersysteem op gang komt. Is dat eenmaal gebeurd, dan lukt het ons lichaam meestal heel goed om de infectie op te ruimen. Zo worden we vanzelf weer beter. Maar bij sommige ziektes is het voor ons lichaam veel moeilijker om zelf de ziekte te bestrijden. Voorbeelden daarvan zijn de mazelen, kinkhoest en kinderverlamming. Toch valt daar wel iets aan te doen. Wat bij dit soort gevaarlijke ziektes goed helpt, is dat we ons lichaam op de infectie voorbereiden. Dat doen we als we ons laten vaccineren, ons laten inenten met een vaccin. 

Met zo’n vaccin zorgen we ervoor dat ons lichaam alvast bewapend is tegen een echte infectie. Door het vaccin krijgen we soms een dag lichte koorts, hoofdpijn of een beetje spierpijn op de plaats van de injectie. Dat is net genoeg om ons afweersysteem volop in actie te laten komen, zoals dat ook bij een infectie zou gebeuren. Binnen enkele weken na de vaccinatie zijn we beschermd tegen de infectie. Zo gaat het bij de mazelen, kinkhoest en kinderverlamming. Deze en andere heftige ziektes bestaan bijna niet meer doordat het in medisch onderzoek gelukt is daar goede vaccins tegen te ontwikkelen. En óók doordat bijna alle kinderen tegenwoordig met die vaccins worden ingeënt. 

Deze grafiek laat zien hoe we er met vaccinaties in zijn geslaagd om een ziekte als kinderverlamming uit Nederland te laten verdwijnen. Tussen 1994 en 2019 zijn er helemaal geen gevallen van kinderverlamming meer gemeld. Dat is te danken aan het vaccinatieprogramma waarmee in het jaar 1957 kon worden gestart. Bijna alle ouders laten hun kinderen daar sinds die tijd aan meedoen.

Kinderverlamming in Nederland voor en na de start van het vaccinatieprogramma in 1957. Bron: www.volksgezondheidenzorg.info

De bescherming door een vaccin duurt meestal heel lang, bij een aantal vaccins zelfs levenslang. Maar soms is het nodig om ons nog een keer te laten vaccineren. Na de tweede of soms ook derde prik is de bescherming veel sterker dan na de eerste injectie. Jammer genoeg is het niet altijd mogelijk om een vaccin te maken. Ondanks veel onderzoek zijn er nog steeds geen goede vaccins gevonden tegen infectieziektes als AIDS en malaria. 

Gelukkig ziet het er goed uit voor COVID-19, de ziekte die wordt veroorzaakt door het coronavirus. Die ziekte kunnen we binnenkort ook onder controle krijgen, net zoals dat met de mazelen, kinkhoest en kinderverlamming is gelukt. Vanaf begin januari zijn er in Nederland geschikte vaccins beschikbaar. Die vaccins lijken ook goed te werken tegen de nieuwe vormen van het coronavirus waar we sinds kort mee te maken hebben. 

Belangrijk is wel dat de coronavaccins alleen echt succes hebben als we ons op grote schaal laten inenten, net zoals bij andere gevaarlijke ziektes gebeurt. Het is eigenlijk heel eenvoudig. Als niemand meer een bepaalde ziekte kan krijgen, dan kan ook niemand die ziekte meer overdragen. Uiteindelijk zal de ziekte dan helemaal verdwijnen. 

Hoe veilig zijn vaccins? 

Vaccins kunnen bijwerkingen hebben, dat is een feit. Maar ze mogen alleen maar gebruikt worden als ze eerst uitgebreid door onafhankelijke organisaties op veiligheid zijn getest. Vroeger waren er wel eens schadelijke bijwerkingen, maar die waren zeldzaam en ze wogen niet op tegen de bescherming die de vaccins gaven. Onderzoekers begrijpen nu nog beter dan vroeger hoe vaccins precies werken. De vaccins van nu zijn daarom veel veiliger dan de vaccins van vroeger. 

De coronavaccins zijn snel ontwikkeld. Dat moest ook. Anders zou de schade door corona nog veel groter zijn. Onderzoekers waren al bezig vaccins tegen andere virussen te maken. De kennis die ze daarbij hebben opgedaan, kon nu worden gebruikt voor de coronavaccins. Hoe snel die nieuwe vaccins ook zijn ontwikkeld, ze zijn veilig. In het onderzoek waarin ze ontwikkeld zijn, is alles net zo gedaan als bij andere nieuwe medicijnen en vaccins gebruikelijk is. Dat de coronavaccins veilig zijn, blijkt tot nu toe ook uit elk onderzoek. Snel wil dus niet zeggen 'te snel'. 

De vaccins die nu beschikbaar zijn tegen het coronavirus geven weinig of geen bijwerkingen. Dat weten we uit wetenschappelijk onderzoek waaraan tienduizenden mensen hebben meegedaan. Specialisten vanuit heel Europa controleren dat onderzoek heel nauwkeurig. Alleen als blijkt dat een vaccin ons goed beschermt én dat er geen gevaarlijke bijwerkingen zijn, mag het vaccin worden gebruikt. 

Als we ons met een  goedgekeurd vaccin laten inenten, beschermen we niet alleen onszelf. We beschermen ook elkaar, want we kunnen onze familie, vrienden en collega’s niet meer besmetten. Dat is niet zomaar een mening in de discussie over vaccinatie. Het is de conclusie van de beste wetenschappelijke experts in ons land en ook daarbuiten. 

Daarom laten wij ons als medische wetenschappers van de KNAW vaccineren tegen corona. U ook? 

Meer weten?