1. Wat merk jij nú al concreet van het nieuwe Amerikaanse wetenschapsbeleid?
‘We hebben recent zelfcensuur toegepast door het woord ‘diversity’ uit de titel van een artikel van een promovendus, die ik samen met een Amerikaanse collega begeleid, te verwijderen. Dit deden we om afwijzing door een toonaangevend (Amerikaans) tijdschrift te voorkomen of om te voorkomen dat we uit een database zouden worden gegooid. Dat dit woord gecensureerd wordt is al angstaanjagend op zich, maar het bizarre in ons geval is dat het hersenonderzoek betreft waarin we de onderlinge diversiteit tussen de elektrische eigenschappen van hersencellen vergelijken. Het heeft niets te maken met diversiteitsbeleid waar de regering-Trump zich tegen afzet. Toch besloten we het aan te passen, uit vrees dat het woord alleen al zou kunnen zorgen voor problemen bij publicatie.
Een concreet voorbeeld van onderzoek in de VS wordt stopgezet vanwege het gebruik van een woord is dat het onderzoek naar ‘trans-muizen’. Dit onderzoek gaat in werkelijkheid over transgene muizen – zeer gebruikelijk in medisch biologisch onderzoek. Het voelt heel erg ‘1984’, een bijna lachwekkende, absurdistische vorm van censuur waarin er ‘gewoon’ even een woord wordt geschrapt en men ook lak heeft aan verschillende betekenissen van een woord. Ik gebruik in onderzoek bijvoorbeeld vaak de woorden hetero- en homogeniteit voor eigenschappen van hersencellen. Ik raak een deel van mijn taal kwijt en moet wellicht rare, kromme zinnen maken om te beschrijven wat ik doe. Enerzijds kun je stellen dat wij nu geen echte impact ervaren, omdat we het woord gewoon kunnen vervangen voor een synoniem, anderzijds maakt het onvoorspelbare me angstig - ik heb geen idee wat er morgen kan gebeuren.’
2. Wat is volgens jou de grootste bedreiging van het Amerikaanse beleid voor jouw eigen onderzoek en vakgebied in Nederland?
‘De kwetsbaarheid van onze onderzoeksdata en publicaties is een groot gevaar. Veel openbaar beschikbare datasets, maar ook onze eigen (open access) data, publicaties en code, zijn opgeslagen bij Amerikaanse instituten of wetenschappelijke uitgeverijen die grote servers hebben zoals Giga Science of Elsevier, (dat inmiddels meer een big-tech bedrijf is). Als deze tijdschriften of bedrijven onder druk van Amerikaanse politieke censuur besluiten data, publicaties of code offline te halen, zijn wij mogelijk een cruciaal deel van onze wetenschappelijke infrastructuur kwijt. Sommige universiteiten in Nederland hebben eigen servers, maar veel ook niet, in tegenstelling tot landen als Frankrijk en Duitsland. Daarnaast maak ik me het meest zorgen over de impact hiervan op jonge onderzoekers die nog veel funding moeten ophalen om hun positie als onderzoeker te verstevigen en hun weg nog moeten vinden. Het zorgt voor grote onrust.’
3. Welke actie moet Nederland volgens jou nú ondernemen om schade aan de wetenschap te voorkomen? ‘Nederland moet per direct investeren in onafhankelijke opslag en beheer van data, code en publicaties, bijvoorbeeld via SURF. We kunnen het ons niet meer permitteren om afhankelijk te zijn van Amerikaanse techbedrijven als Microsoft, Amazon en Google door hun software te gebruiken op onze instituten en scholen. Één betafaculteit in Nederland werkt met eigen emailservers, in Frankrijk en Duitsland is dat al veel gangbaarder. Een e-mailserver is niet ingewikkeld om te ontwikkelen, en cloudopslag kan bijvoorbeeld een instantie als SURF verzorgen. Denemarken maakt bewust geen gebruik meer van Chromebooks op basisscholen. We hebben in Nederland toch een beetje een kruideniersmentaliteit en we hebben daarbij onze ICT wegbezuinigd. We zijn te pragmatisch: ‘iemand anders kan dit beter en het is betaalbaar, laten we die software gebruiken.’ Door dit uit te besteden, leveren we autonomie in. De ontwikkelingen in de VS zijn een wake-upcall voor Europa en Nederland. Universiteiten moeten proactief samen optrekken, software ontwikkelen en krachten bundelen.’
Fleur Zeldenrust is associate professor aan de Radboud Universiteit, heeft een achtergrond in zowel natuurkunde als biologie en een PhD in computationele hersenwetenschap. Zeldenrust spant zich, naast haar werk als onderzoeker, in voor wetenschapsonderwijs op verschillende niveaus: van basisschoolleerlingen tot aan het begeleiden van promovendi en richtte de Radboud Young Academy op. Sinds 2024 is zij lid van de Jonge Akademie van de KNAW.
Voor pers: wil je Fleur Zeldenrust spreken? Neem contact op met een van onze woordvoerders.